1 mei-toespraak 2011

Ik heb het gevoel dat 1 mei -samen misschien met Kerstmis en Pasen- een van de laatste zekerheden  is in dit land.  Dat zegt iets over de kracht van de traditie die er achter zit en die ons ook vandaag weer naar hier brengt.  Maar het zegt waarschijnlijk meer over de staat van voorlopigheid en onzekerheid waarin het land nu al een hele tijd zweeft.

De enige goeie kant daaraan is dat dat zweven voorlopig nog redelijk goed lukt, maar laten we onszelf daarmee niet te snel gelukkig achten.  Het lukt omdat de wind mee zit in de vorm van een iets betere economische conjunctuur.  Het lukt omdat we gelukkig beschikken over een solide welvaartsbuffer.  En het lukt omdat dit land ondanks al zijn manifeste gebreken toch solider in elkaar blijkt te zitten dan sommigen ons willen doen geloven.

Al het gesomber en geklaag ten spijt -en ondanks het feit dat een deel daarvan ook terecht is, ik kom daar dadelijk op terug- houden ons land en onze bevolking relatief goed stand in de economische storm die de voorbije jaren over ons is getrokken.  Minstens op de korte termijn doen we het relatief goed en zelfs beter dan heel wat van de landen rondom ons.

En voordat u denkt dat Rerum Novarum dit jaar erg vroeg valt: nee dat is niet in de eerste plaats te danken aan de regering van Yves Leterme, al moet ik toegeven dat die in lopende zaken soms beter werkt dan in de jaren waarin ze deed alsof ze écht regeerde.. 

Waaraan ligt het dan wel?  Wel, in de eerste plaats aan het feit dat we in de voorbije decennia onze welvaart hebben gebouwd op de meest solide basis die er te vinden is voor een klein land.  Niet ieder individu, ieder dorp of ieder land voor zich maar een open economie, geïntegreerd in een Europa zonder binnengrenzen en met als sluitstuk een gezamenlijke munt. 

Een economie ook -en vooral- gebaseerd op het streven naar vooruitgang en waarin de vruchten van die vooruitgang gezamenlijk worden geplukt en de risico's samen gedragen.  'Samen uit samen thuis' is de grondslag waarop onze welvaart is gebouwd, met respect voor ieder mens en respect voor ieders werk. 

Wie wil weten hoe groot het verschil is dat we daarmee hebben gemaakt, die hoeft maar één ding te doen.  Vandaag is ook erfgoeddag in Vlaanderen en die staat dit jaar in het teken van armoede.  Niks te vroeg op een moment waarop ook bij ons armoede en ongelijkheid ondanks allees opnieuw hand over hand toenemen.  Maar het volstaat om te kijken naar de weg die we hebben afgelegd, van een Vlaanderen waar bittere armoede alomtegenwoordig was naar een regio die zich één van de meest welvarende ter wereld mag noemen, om te weten wat het verschil is tussen ieder voor zich en gemeenschappelijke, gedeelde vooruitgang.

Honderd jaar geleden werd er in dit land ook hard gewerkt door iedereen die werk had.  Door de meesten zelfs harder dan dat wat we vandaag hard werk noemen.  Als de armoede in Vlaanderen vandaag vele malen kleiner is dan toen, dan ligt dat dus niet aan het feit dat we nóg harder zijn gaan werken maar aan twee duidelijke keuzes.  Een keuze voor vooruitgang op lange termijn met -zeker in Vlaanderen- een doorgedreven modernisering van onze economie.  En een keuze om de vooruitgang die dat werk oplevert rechtvaardig te verdelen.  In de eerste plaats dus ten voordele van zij die dat werk uitvoeren.

Maar als we vandaag vaststellen dat in Vlaanderen de armoede onder kinderen in de voorbije jaren verdubbeld is, dan is het duidelijk dat die verwezenlijkingen onder druk staan.  En zelfs de waarden waarop ze rusten worden dag na dag meer met de voeten getreden.

Een regering die toelaat dat een bedrijf als Electrabel enorme winsten boekt met een productiepark dat is opgebouwd op kosten van de gemeenschap, zonder dat die monopoliewinst wordt afgeroomd en gebruikt om de factuur voor de consument te verlichten, is een regering die tekort schiet.  Een regering die erin slaagt om de onafhankelijke instantie die als taak heeft om het algemeen belang en de belangen van de consumenten te verdedigen zélf te ondergraven, is een een regering die tekort schiet in het nastreven van het algemeen belang.  Voor ons betekent vooruitgang en rechtvaardigheid nastreven in deze situatie dat de monopolierente wordt belast aan een tarief dat niet gelijk ligt met,  maar hoger ligt dat de belasting op gewone winsten.  En dat de opbrengst daarvan wordt gebruikt om de overstap naar nieuwe technologie te financieren.  Zodat die rekening niet moet worden betaald door de gewone consument.

Zo mogelijk nog erger is een beleid dat er niet in slaagt om paal en perk te stellen aan de verder bloeiende wereld van de bonussen.  Als we daarover verontwaardigd zijn,  dan is dat voor alle duidelijkheid niet omdat we vinden dat goed werk niet mag beloond worden.  Voor ons mogen werknemers in een bedrijf waar het goed gaat rijkelijk beloond worden.  Dat een bedrijf met goeie resultaten zijn werknemers daarin laat delen, daar kan en zal ik niet tegen zijn.  Zelfs het feit dat wie meer verantwoordelijkheid draagt meer krijgt stoort mij niet, de ploegbaas verdient ook meer dan de diender. 

Misschien moeten we zelfs durven nadenken over een manier om bedrijven te belonen als ze ervoor kiezen om eerder hun werknemers dan hun aandeelhouders te laten genieten van de opbrengsten van een goed jaar. 

Maar waar absoluut een einde aan moet komen is aan een bedrijfscultuur of liever een managementcultuur die het normaal vindt dat er aan de top fortuinen worden verdiend terwijl aan de basis ontslagen worden uitgedeeld.  Een cultuur die er uitdrukkelijk voor kiest om de opbrengsten niét aan iedereen ten goede te laten komen maar ze te concentreren bij een geprivilegieerde groep.

Dat is ook de reden waarom SP.a in de Kamer uiteindelijk niet voor het IPA-compromis heeft gestemd, ondanks het feit dat daarin een aantal dingen zitten die een vooruitgang betekenen tegenover het oorspronkelijke voorstel.  Dat er gepleit wordt voor loonmatiging stoort ons niet.  Matiging is nodig in deze moeilijke tijden. 

Maar samen uit samen thuis betekent dat we samen op dieet gaan, niet dat er een paar zijn die toelating krijgen om openlijk of in het geniep toch in de snoepkast te zitten.  Voorstellen die erop neerkomen dat matiging wordt opgelegd aan werknemers terwijl er geen enkele rem staat op de excessen aan de top kunnen en zullen wij niet goedkeuren. .

Omdat ze mee verantwoordelijk zijn voor het feit dat de kloof, niet alleen tussen arm en rijk maar ook tussen de alsmaar meer onder druk staande modale werknemer en de happy few, opnieuw toeneemt.  Omdat ze de alsmaar verder sluipende evolutie terug naar een maatschappij van haves en have-nots versterken.  Omdat ze dus opnieuw haaks staan op de waarden waarop onze welvaart is gebaseerd en de samenhang in deze samenleving verder ondergraven.

Als we die waarden opnieuw willen centraal stellen dan zullen we ze ook moeten formuleren in functie van de wereld van vandaag.  Samen vooruitgaan vereist immers vertrouwen.  Het veronderstelt een samenleving, een gemeenschap, waarin iedereen zich engageert om volgens dezelfde regels en dezelfde principes te spelen.  En instellingen die dat op een efficiënte en geloofwaardige manier in de praktijk brengen.

En op beide domeinen, gemeenschap en instellingen, liggen vandaag enorme uitdagingen voor wie een welvaartstaat wil bouwen op sociaal democratische leest.  Als democratische partij, iets waarop we ons terecht beroemen, kunnen we niet anders dan vaststellen dat de huidige constructie die België heet zowel in Vlaanderen als in Wallonië op bijzonder wankele fundamenten staat.  Daaruit afleiden, zoals sommigen doen, dat we het hele ding dan maar moeten platgooien en de brokstukken in het rond strooien is wat ons betreft geen remedie die veel toekomstperspectief biedt.  Ik wil niemand viseren, maar het is een methode die mij doet denken aan wat de Romeinen deden met de steden  van een aantal overwonnen tegenstanders.  En ik kan mijn niet herinneren dat de bevolking van de betrokken regio's daar achteraf veel beter van geworden is.

Wat wél duidelijk is, is dat dit land moet heruitgevonden worden als het opnieuw wil vooruit gaan.  We hebben nood aan een nieuwe basis, een nieuw kader en een nieuw toekomstperspectief.  Niemand moet ons overtuigen van die nood.  Meer nog, omdat wij meer dan anderen geloven in de voordelen van een hechte samenleving zijn we ook de eersten om te beseffen hoe belangrijk geloofwaardige en efficiënt werkende instellingen daarvoor zijn.  En hoe nefast het is wanneer die zoals vandaag het geval is dat vertrouwen verliezen.

Niemand heeft dan ook de voorbije maanden meer en meer concrete voorstellen daarover op tafel gelegd dan wij.  Van een grondige hervorming van het arbeidsmarktbeleid tot en met een écht nieuwe structuur van een unie met 4 partners. Wij willen praten over een nieuw land.  Maar dan écht nieuw en écht goed. 

Niet iets om een paar jaar mee voort te sukkelen tot aan de volgende hervorming en niet iets dat bedoeld is om zo snel mogelijk uit elkaar te vallen.  Een constructie die er ook nog moet staan wanneer degenen die volgende maand afstuderen binnen 45 jaar met pensioen zullen gaan.  Die een geloofwaardige lange termijn investering is voor wie zijn of haar belastingen betaalt en die het gezag heeft om degenen die dat niet doen achter hun veren te zitten.  Waar het misschien zelfs -hoe on-Belgisch dat ook mag klinken- mogelijk is om met enige fierheid en tevredenheid naar te kijken.

Hoe groot ook de inspanningen van alle onderhandelaars tot nu toe zijn, het blijft een vaststelling dat zo'n nieuw kader nog niet in de mappen zit van de meeste onderhandelaars.  En misschien nog het minst van al in die van de twee natuurlijke hoofdrolspelers: de winnaars van de laatste verkiezingen.  Allebei kamperen ze op premissen uit het verleden en allebei ontbreekt het hen vandaag aan een project dan verder reikt dan de zomer van 2011. 

Alleen zo'n project is nochtans in staat om ons land een stap verder te brengen.  Een staatshervorming die gebaseerd is op rancune uit het verleden, afgunst in het heden of angst voor de toekomst dat is een hervorming die zélf geen toekomst heeft.  Alleen een hervorming die opnieuw vertrouwen kan wekken en een nieuw gezamenlijk project kan aanbieden heeft op dit moment zin. En hoe lang het ook nog moge duren, alleen zo een project zullen wij steunen.  Want alleen op die basis kunnen we opnieuw hopen om welvaart en vooruitgang te bieden aan iedereen.

 

 
< Vorige   Volgende >
 Focus  

14/03/2012  - Bij zo'n drama past enkel stilte

rouwband sp.a.jpgHierbij wil ik mijn diepste medeleven betuigen aan de familieleden van de verongelukte leerkrachten, begeleiders en chauffeurs. Ook aan de ouders, familieleden en klasgenootjes van de verongelukte kinderen bij het tragische busongeval van 13 maart in Zwitserland, oprechte deelneming. 

"Mijn gedachten gaan uit naar de families, collega's en vrienden van de slachtoffers."

Hier kan je doorklikken naar het rouwregister van de school te Heverlee en klik hier voor het rouwregister van de school te Lommel.

Veel sterkte.

 

 
 
Home
Wie is ?
Parlementair werk
In de pers
Foto's
Links
Contact